Pauwels, Jan Englebert

Alle

Pauwels, Jan Englebert

Ouverture de Léontine et Fonrose pour le piano avec accompagnement de violon (score & parts)

14,00 

Jean Englebert Pauwels

Ouverture de Léontine et Fonrose (1804)
pour le piano avec accompagnement de violon

(Brussel, 29 november 1768 – Brussel, 4 (?) juni 1804)

Jean Englebert Pauwels zou zijn vroegste muziekopleiding gekregen hebben in de Brusselse muziekkapel van de landvoogden Albert van Saksen-Teschen en Maria-Christina. Ook zijn vader Jean, een baszanger, en oudere broer Jean-Joseph waren aan de hofkapel verbonden. Volgens François-Joseph Fétis ging Pauwels ook in de leer bij Pieter Van Malderen voor viool en volgde hij harmonielessen bij Ignaz Vitzthumb. In 1788, kort voor de Brabantse Omwenteling, trok Pauwels naar Parijs, waar hij compositie studeerde bij Jean François Le Sueur. Pauwels speelde er als tweede violist in de operacompagnie waarmee Giovanni Battista Viotti in het Théâtre de la Foire Saint-Germain Italiaanse opera’s opvoerde. Viotti beschikte over uitstekende zangers, en zo kwam Pauwels er in contact met de tenor Giuseppe Viganoni, de bariton Stefano Mandini en de sopraan Anna Morichelli-Bosello. Daarnaast was Pauwels er ook als componist actief: in de Franse hoofdstad publiceerde hij Six duos pour deux violons, op. 1 en Trois quatuors, op. 2.
Lang zou Pauwels evenwel niet in Parijs blijven: ‘Une aventure d’amour avec une actrice fort jolie lui fit quitter brusquement Paris, pour la suivre à Strasbourg’, aldus Fétis. Pauwels arriveerde in Straatsburg op het einde van 1790 en het zou door bemiddeling van zijn geliefde zijn geweest dat hij er als operadirigent werd aangesteld. Die functie voldeed niet helemaal aan zijn verwachtingen en mede op aandringen van zijn familie keerde hij in 1791 naar Brussel terug.
Bij zijn terugkeer in Brussel zou hij zich in de prestigieuze concertzaal Concert Noble hebben laten opmerken met de vertolking van een eigen vioolconcerto: ‘L’originalité, la grâce et l’expression donnaient à son talent un caractère particulier qui ne s’était rencontré jusque-là dans le jeu d’aucun violoniste’, aldus Fétis. Pauwels kreeg ook de functie van soloviolist in het operaorkest aangeboden, om dan in 1794 te promoveren tot dirigent. Volgens Fétis ging de kwaliteit van de operaopvoeringen er onder Pauwels op vooruit. Voor de Muntschouwburg schreef hij drie ‘opéra- comiques’: de eenakter La Maisonnette dans le Bois (creatie: 3 augustus 1796); L’Auteur malgré lui (creatie: 2 november 1801, kende maar één opvoering); en Léontine et Fonrose, in vier akten (creatie: 13 april 1804). Op een tekst van Armand Verteuil, de librettist van Léontine et Fonrose, componeerde Pauwels ook de ‘scène lyrique’ L’Arrivée du héros, die tijdens het carnaval van 1803 werd opgevoerd.
In de Concert Noble, een van de mooiste balzalen van die tijd, dirigeerde Pauwels vanaf 1799 de concerten van de Société du Grand-Concert. Pauwels’ uitvoeringen waren van het beste wat toen in Brussel te horen was. Edouard Grégoir schreef over de impact van deze concerten: ‘Les amateurs et artistes de toutes les villes de la Belgique, et même de l’étranger, accoururent à Bruxelles, les uns pour s’initier aux chefs-d’oeuvre de Mozart, Haydn, Cimarosa, Paisiello: les autres pour faire apprécier leur talent devant le public éclairé de la salle de la rue Ducale.’ Pauwels wijdde zich ook aan de religieuze muziek. Op 22 november 1803 werd ter ere van Sint-Caecilia een van zijn missen opgevoerd, die volgens Grégoir door de kenners geloofd werd om ‘son style pur savant et majestueux.’
In Brussel publiceerde Pauwels een vioolconcerto (opgedragen aan Pierre Rode), een hoornconcerto, polonaises voor piano en orkest en L’Amitié (een duet voor sopraan en tenor met orkestbegeleiding). Daarnaast bleef veel werk onuitgegeven, zoals vioolconcerto’s, symfonieën, missen en aria’s. De aria Scène guerrière voor bas en orkest werd zowel bij leven als na de dood van de componist vele keren opgevoerd.
Tijdens de opvoeringen van zijn laatste opera werd Pauwels ziek. Toen hij na een uitvoering op de scène werd toegejuicht, werd hij naar verluidt zo door emoties overweldigd dat hij daags nadien het bed moest houden. Enige tijd later stierf hij. Op de dag van zijn begrafenis op het kerkhof van Laken bleef de Munt dicht. ‘Le docteur’ Fournier hield de grafrede en zijn vrienden vroegen de beeldhouwer Gilles-Lambert Godecharles, die zelf tot een familie van musici behoorde, om een marmeren buste te maken die werd opgesteld in de foyer van de Muntschouwburg. Het beeld droeg het opschrift:
‘Pauwels n’est plus, honorons sa mémoire; De ses brillans talens gardons le souvenir. Assez long-temps il reçut pour sa gloire,
Et dans nos coeurs Pauwels peut-il mourir?’

 

 

Read more / mehr lesen > HERE

Partitur Nr.

2503

Special Edition

The Flemish Music Collection

Genre

Kammermusik

Seiten

22

Printing

Reprint

Specifics

Set Score & Parts

Size

225 x 320 mm

Nach oben