Kennis, Willem Gommaar

All

Kennis, Willem Gommaar

Te Deum (Performance Score / first print)

14,00 

Willem Gommaar Kennis

Te Deum

(Lier, 1717 – Leuven, 1789)

 

Willem Gommaar Kennis, already a violinist with the St Gummarus church orchestra at age eleven, was appointed chapel master on 2 March 1742. The preserved appointment deed stipulated that he was expected to teach the choir boys to read and write, to attend church services on a regular basis, to compose music and leave it for free on the singers’ tribune. There are only eight known vocal works, including a Magnificat, a Salve Regina and a Te Deum, which are being published for the first time in this series. The works are kept in the archives of the Antwerp cathedral, preserved in the library of the Royal Conservatoire of Antwerp, and come from the estate of Willem Jacobus Josephus Kennis (Leuven, 1768 – Antwerp, 1845), a son from Willem Gommaar’s second marriage of. After he left Leuven, where he had succeeded his father as chapel master of the St Peter’s Church from 1789 to 1798, Willem became chapel master of Antwerp cathedral, where he served from 1803 to 1845.

The Te Deum is arranged for four voices and basso continuo, and consists of three parts: Te Dominum confitemur (tutti and soli), Te ergo quaesumus (duo), Aeterna fac cum sanctis tuis (tutti).

At the same time, Willem Gommaar Kennis became well-known as a proficient violinist. Antonius Nollekens, the vicar of St Gummarus Church during Kennis’s time there, notes in his diary that mid-May 1746, Kennis gave a recital for Louis XV, who was staying at the Court of Boechout at the time: ‘Het talent van den heer Kennis werd zo opgezet, dat den koning den violist wilde hooren en hem zijne carosse naar Bouchout liet halen’ (‘Word of Mr Kennis’s talent was such that the king wanted to hear the violinist play and had his carriage fetch him and bring him to Boechout’).

With the publication, between 1744 and 1749, of three instrumental compositions, Kennis made a name for himself as violin virtuoso and composer: opus 1, six violin sonatas (Liège); opus 2, six trio sonatas for two violins and basso continuo (Brussels); opus 3, six violin sonatas (Leuven). From 1749 until his death in 1789, Kennis was chapel master of St Peter’s Church in Leuven. The only known compositions by him from that period are instrumental: three collections of six violin duets each and three other collections, of six trio sonatas, six symphonies and six string quartets. On their title pages, Kennis refers to himself as ‘Maître de musique de l’église collégiale de St. Pierre à Louvain’.

Apparently, his music was greatly appreciated, as several of his collections were also published in Paris and London. The London edition of opus 4 (six violin duets) was for some time even attributed to Johann Christian Bach. The famous English music historian Charles Burney, who had also briefly visited Leuven (late July 1772) on his music travels through the Southern Netherlands, wrote in his diary The Present State of Music in Germany, the Netherlands and United Provinces (London, 1773): ‘M. Kennis is the most remarkable performer on the violin in point of execution, not only of Lovain, but of all this part of the world. The solos he writes for his own instrument and hand, are so difficult, that no one hereabouts attempts them but himself.’

Gilbert Huybens
(translation: Isobel Mackie)

World premiere recording by Euterpe Baroque Consort & Utopia – Bart Rodyns, Phaedra – ‘In Flanders’ Fields’, volume 93 (www.phaedracd.com)

This score was published in collaboration with the Study Centre for Flemish Music (www.svm.be) and Labo XIX&XX, a research group of the library of the Royal Conservatoire of Antwerp, with the support of the Ministry of the Flemish Community, Festival van Vlaanderen – Mechelen/Kempen, and Erfgoedcel Kempens Karakter. Bart Rodyns and Wim Brabants created this score based on the autographic copy, which is housed in the library of the Royal Conservatoire of Antwerp.

————————————————————————————————————

————————————————————————————————————

Willem Gommaar Kennis

Te Deum

(Lier, 1717 – Leuven, 1789)

 

Willem Gommaar Kennis was al op elfjarige leeftijd violist van het kerkorkest van de Sint-Gummaruskerk, en werd er op 2 maart 1742 tot zangmeester aangesteld. In de bewaard gebleven aanstellingsakte werd van hem verwacht dat hij de koralen (zangertjes) zou leren lezen en schrijven, regelmatig de kerkdiensten zou bijwonen, muziek zou componeren en die gratis op het doksaal zou achterlaten. In totaal zijn er maar acht vocale werken bekend waaronder een Magnificat, een Salve Regina en een Te Deum, die nu voor het eerst in deze reeks worden gepubliceerd. Ze berusten in het archief van de kathedraal van Antwerpen, dat bewaard wordt in de bibliotheek van het Koninklijk Conservatorium Antwerpen, en komen uit de nalatenschap van Willem Jacobus Josephus Kennis (Leuven, 1768 – Antwerpen, 1845), een zoon uit het tweede huwelijk van Willem Gommaar. Na zijn vertrek uit Leuven, waar hij zijn vader van 1789 tot 1798 als zangmeester van de Sint-Pieterskerk was opgevolgd, was Willem van 1803 tot 1845 kapelmeester van de kathedraal te Antwerpen.

Het Te Deum is bewerkt voor vier stemmen en basso continuo, en opgebouwd in drie delen: Te Dominum confitemur (tutti en soli), Te ergo quaesumus (duo), Aeterna fac cum sanctis tuis (tutti).

Ondertussen liet Willem Gommaar Kennis zich opmerken als een bekwaam violist. Antonius Nollekens, ten tijde van Kennis vicaris van de Sint-Gummaruskerk, noteerde in zijn dagboek dat hij, midden mei 1746, een recital had gegeven voor Lodewijk XV, die op dat ogenblik in het Hof van Boechout verbleef: ‘Het talent van den heer Kennis werd zo opgezet, dat den koning den violist wilde hooren en hem zijne carosse naar Bouchout liet halen.’

Met de uitgave, tussen 1744 en 1749, van drie instrumentale werken vestigde Kennis definitief zijn roem als vioolvirtuoos en componist: opus 1, zes vioolsonates (Luik); opus 2, zes triosonates voor twee violen en basso continuo (Brussel); opus 3, zes vioolsonates (Leuven). Vanaf 1749 tot aan zijn dood in 1789 was Kennis kapelmeester van de Sint-Pieterskerk te Leuven. In die periode zijn van hem uitsluitend instrumentale composities bekend: drie bundels met zes vioolduetten en drie met zes triosonates, zes symfonieën en zes strijkkwartetten. Op de titelbladen noemt Kennis zich ‘Maître de musique de l’église collégiale de St. Pierre à Louvain’.

Blijkbaar werd zijn muziek erg geapprecieerd aangezien verschillende bundels in Parijs en in Londen werden gepubliceerd. De Londense uitgave van het opus 4 (zes vioolduetten) werd zelfs een tijdlang toegeschreven aan Johann Christian Bach. De beroemde Engelse muziekhistoricus Charles Burney, die tijdens zijn muziekreizen doorheen de Zuidelijke Nederlanden ook heel even Leuven had bezocht (eind juli 1772), schreef in zijn dagboek The Present State of Music in Germany, the Netherlands and United Provinces (Londen, 1773): ‘M. Kennis is the most remarkable performer on the violin in point of execution, not only of Lovain, but of all this part of the world. The solos he writes for his own instrument and hand, are so difficult, that no one hereabouts attempts them but himself.’

Gilbert Huybens

Dit werk werd voor het eerst opgenomen door Euterpe Baroque Consort & Utopia – Bart Rodyns, Phaedra – ‘In Flanders’ Fields’, volume 93 (www.phaedracd.com)

Deze partituur werd uitgegeven in samenwerking met het Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw (www.svm.be) en Labo XIX&XX, een onderzoeksgroep van de bibliotheek van het Koninklijk Conservatorium Antwerpen, met steun van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Festival van Vlaanderen – Mechelen/Kempen, en Erfgoedcel Kempens Karakter. Bart Rodyns en Wim Brabants realiseerden deze partituur op basis van het autografisch handschrift, dat wordt bewaard in de bibliotheek van het Koninklijk Conservatorium Antwerpen.

Score No.

2529

Special Edition

The Flemish Music Collection

Genre

Choir/Voice & Instrument(s)

Size

225 x 320 mm

Specifics

Performance Score

Printing

First print

Pages

24