Roland Coryn

(Kortrijk, 1938)

 

Celloconcerto, op. 76

(2003-2006)

 

Roland Coryn startte zijn muziekopleiding aan de Stedelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans te Harelbeke. Vervolgens trok hij naar het Koninklijk Muziekconservatorium te Gent waar hij eerste prijzen behaalde voor notenleer en fuga (Julien Mestdagh), piano (Alex de Vries), harmonie (Georges Lonque), contrapunt (Rudolf Vansteenbrugge) en compositie (Jean Decadt). Hij behaalde er ook het hoger diploma voor altviool (Alphonse Volleman) en kamermuziek (Arie van de Moortel). Als pianist was Roland Coryn jarenlang actief in het Vlaams Pianokwartet; in het Belgisch Kamerorkest speelde hij, van 1964 tot 1977, altviool. Voor dit orkest schreef hij het werk Triptiek, een dixtuor voor fluit, hobo en acht strijkers, waarmee hij de Jef Van Hoofprijs behaalde in 1974. Een jaar eerder werd Coryn al Tenuto-laureaat met Quattro movimenti voor orkest en schreef hij in opdracht van het Gemeentekrediet het plichtwerk Fantasia voor klarinet en piano. In 1979 werd hij nogmaals gevraagd om de plichtwerken voor deze wedstrijd te schrijven, ditmaal voor de strijkers: Improvisaties I, II en III, voor respectievelijk viool, altviool en cello, en Thoughts on a Theme voor contrabassolo. Andere kamermuziekwerken van zijn hand zijn het Saxofoonkwartet, het Klarinettenkwartet, Sonatine voor twee klarinetten, Sonate voor twee pianoÕs, Sonate voor altviool (of cello) en piano, 13 Miniaturen voor fluit en strijkkwartet en Octuor voor vier houtblazers en vier strijkers. In opdracht van de zender BRT 3 schreef Coryn de Sonate voor orkest. Naast dit werk schreef hij nog tal van andere orkestwerken zoals: Vioolconcerto, Due Pitture voor orkest (dat ook in een versie voor harmonieorkest verscheen), Concerto grosso voor strijkorkest, Concerto per Banda, Tre Pezzi voor strijkorkest, Concerto voor harmonieorkest en Vijf concertpreludes voor hobo solo en harmonieorkest.


Coryn was als leraar piano, altviool en samenspel verbonden aan de muziekacademies van Harelbeke en Izegem. Aan het Koninklijk Conservatorium van Gent gaf hij compositie aan onder meer Lucien Posman, Octaaf Van Geert, Bernard Baert, Willy Soenen, Rudi Tas, Dirk Blockeel en Mieke Van Haute. Hij leidde er ook
The New Conservatory Ensemble. In 1977 werd Roland Coryn benoemd tot directeur van het Stedelijk Conservatorium van Oostende. Twee jaar later verliet hij Oostende om directeur te worden van de Stedelijke Muziekacademie van Harelbeke. In 1996 ging hij met pensioen om zich volledig op het componeren toe te leggen. Sinds 1993 is hij lid van de Academie voor Schone Kunsten, Letteren en Wetenschappen van Belgi‘, muzikaal adviseur en medeorganisator van de Muziekbi‘nnale en van de Internationale Compositiewedstrijd van de stad Harelbeke. Naast de reeds vernoemde prijzen kreeg Roland Coryn in 1986 de Koopalprijs voor zijn kamermuziekÏuvre en in 1999 de Visser-Neerlandiaprijs voor zijn totale Ïuvre. In datzelfde jaar schreef hij in opdracht van Johan Duijck voor het Madrigaalkoor uit Gent het werk Deux mille regretz voor gemengd koor en renaissance-instrumenten. Daarna volgden nog een reeks a-capellakoorwerken op teksten van Emily Dickinson, William Blake en Maria Vasalis. Roland Coryn schreef daarnaast ook nog het oratorium Opus: Mens voor sopraan, bariton, gemengd koor en instrumentaal ensemble en de mis Winds of Dawn – Missa da Pacem voor sopraan, tenor, bariton, gemengd koor, jeugdkoor en orkest.

 

De componist schreef over dit werk:

ÔDoor omstandigheden koste het me vrij veel tijd om dit celloconcert te componeren. Ik heb het werk  opgedragen aan mijn zoon Herwig die het werk op 18 november 2007 als solist cre‘erde in De Bijloke in Gent, samen met het Nationaal Orkest van Belgi‘ onder de leiding van Dirk BrossŽ. Dit concert werd georganiseerd door de concertvereniging De Rode Pomp, een organisatie die de afgelopen twintig jaar een belangrijke rol heeft gespeeld in het promoten van Belgische en vooral Vlaamse nieuwe muziek.

Het concerto bestaat uit de drie traditionele delen, snel – traag – snel. De eerste en tweede beweging volgen op elkaar zonder onderbreking. Het eerste deel begint met een trage, maar geanimeerde orkestrale opening die een cellocadens  inleidt, die dan op zijn beurt de snelle, rapsodische beweging introduceert. Het stuk vertraagt langzaam naar het einde toe en het soloinstrument leidt samen met vier diepe hoorns naar het tweede deel, een mysterieus stuk ÔNachtmusikÕ in ABA-vorm.

Het concerto eindigt met een briljant ÔvivacissimoÕ waarin de solist zijn capaciteiten als virtuoos kan etaleren. Ik heb veel aandacht besteed aan de orkestratie die ik zo kleurig mogelijk heb uitgewerkt.Õ

 

Jan Dewilde

 

Voor het uitvoeringsmateriaal, gelieve u te wenden tot de bibliotheek van het Koninklijk Conservatorium Antwerpen. Deze partituur werd gepubliceerd in samenwerking met het Studiecentrum voor Vlaamse Muziek (www.svm.be).

 

 

 

Roland Coryn

(Kortrijk, 1938)

 

Konzert fŸr Cello und Orchester, op. 76

(2003-2006)

 

Roland Coryn begann seine musikalische Ausbildung an der StŠdtischen Schule fŸr Musik, Wort und Tanz in Harelbeke. Anschlie§end studierte er am Kšniglichen Musikkonservatorium in Gent Musiklehre und Fuge (Julien Mestdagh), Klavier (Alex de Vries), Harmonielehre (Georges Lonque), Kontrapunkt (Rudolf Vansteenbrugge) und Komposition (Jan Decadt). Ferner legte er noch die KonzertreifeprŸfung fŸr Bratsche (Alphonse Volleman) und Kammermusik (Arie van de Moortel) ab. Roland Coryn war als Pianist jahrelang Mitglied des FlŠmischen Klavierquartetts. Von 1964 bis 1977 spielte er Bratsche im Belgischen Kammerorchester. FŸr diese Orchester schrieb er das Werk Triptiek (Triptychon) fŸr Flšte, Oboe und acht Streicher, mit dem er 1974 den Kompositionspreis âJef Van HoofÔ errang. Ein Jahr zuvor wurde Coryn bereits PreistrŠger des Tenuto-Wettbewerbs mit Quattro Movimenti fŸr Orchester, auch komponierte er im Auftrag des WettbewerbstrŠgers das PflichtstŸck Fantasia fŸr Klarinette und Klavier. Im Jahre 1979 wurde er erneut gebeten die PflichtstŸcke fŸr den Wettbewerb zu schreiben, diesmal fŸr die Abteilung Streicher: Improvisation I, II und III fŸr Violine, Bratsche bzw. Cello, sowie Thoughts on a Theme fŸr Kontrabass. Er schuf eine Anzahl von Kammermusikwerken: Saxophonquartett, Klarinettenquartett, Sonatine fŸr zwei Klarinetten, Sonate fŸr zwei Klaviere, Sonate fŸr Bratsche (oder Cello) und Klavier, 13 Miniaturen fŸr Flšte und Streichquartett und Oktett fŸr vier HolzblŠser und vier Streicher. Im Auftrag des Rundfunksenders BRT 3 schrieb Coryn seine Sonate fŸr Orchester. Au§erdem komponierte er noch etliche andere Orchesterwerke: Violinkonzert, Due Pitture (das auch in einer Fassung fŸr Blasorchester erschien), Concerto grosso fŸr Streichorchester, Concerto per Banda, Tre Pezzi fŸr Streichorchester, Concerto fŸr Blasorchester und FŸnf KonzertprŠludien fŸr Oboe solo und Blasorchester.


Coryn war Lehrer fŸr Klavier, Bratsche und Zusammenspiel an den Musikschulen in Harelbeke und Izegem. Am Kšniglichen Konservatorium in Gent gab er Kompositionsunterricht. Seine SchŸler waren unter anderen Lucien Posman, Octaaf Van Geert, Bernard Baert, Willy Soenen, Rudi Tas, Dirk Blockeel und Mieke Van Haute. Er leitete auch das
New Conservatory Ensemble. Im Jahre 1977 wurde Roland Coryn zum Direktor des StŠdtischen Konservatoriums Ostende ernannt. Zwei Jahre spŠter verlie§ er Ostende um die Stelle des Leiters der StŠdtischen Musikschule Harelbeke zu Ÿbernehmen. Er quittierte 1996 den aktiven Dienst, um sich noch ausschlie§lich der Komposition zu widmen. Seit 1993 ist er Mitglied der Akademie der Schšnen KŸnste, Literatur und Wissenschaften von Belgien. Er fungiert auch als musikalischer Ratgeber und Mitorganisator der Musikbiennale und des Internationalen Kompositionswettbewerb der Stadt Harelbeke. Au§er den bereits erwŠhnten Auszeichnungen empfing Roland Coryn 1986 den Koopal-Preis fŸr sein kammermusikalisches Oeuvre, 1999 den Preis Visser Neerlandia fŸr sein Gesamtwerk. Im selben Jahr schrieb er im Auftrag von Johan Duijck fŸr den Genter Madrigalchor das Werk Deux Mille Regretz fŸr gemischten Chor und Renaissanceinstrumente. Es folgten noch Chorwerke a cappella auf Texte von Emily Dickinson, William Blake und Maria Vasalis. Roland Coryn komponierte ferner das Oratorium Opus: Mensch fŸr Sopran, Bariton, gemischten Chor, Jugendchor und Orchester und die Messe Winds of Dawn – Missa da Pacem fŸr Sopran, Tenor, Bariton, gemischten Chor, Jugendchor und Orchester.

 

Der Komponist schrieb Ÿber sein Werk:

âAus verschiedenen GrŸnden kostete mich die Komposition dieses Cellokonzerts viel Zeit. Das Werk ist meinem Sohn Herwig gewidmet, der es als Solist am 18. November 2007 im Konzertsaal De Bijloke in Gent zum ersten Mal auffŸhrte, zusammen mit dem Belgischen Nationalorchester unter der Leitung von Dirk BrossŽ. Dieses Konzert wurde von der Konzertvereinigung De Rode Pomp veranstaltet, einer Organisation, die Ÿber zwanzig Jahre hinweg eine wichtige Rolle in der Fšrderung belgischer und vor allem flŠmischer neuer Musik gespielt hat.  

 

Das Konzert umfasst die gebrŠuchlichen drei SŠtze in der Reihenfolge schnell – langsam – schnell, wobei der erste und der zweite Satz ohne Unterbrechung ineinander Ÿbergehen. Der erste Satz beginnt mit einer langsamen, aber spannungsvollen Orchestereinleitung, die den Eintritt einer Cellokadenz vorbereitet, die ihrerseits zu dem schnellen, rhapsodischen Teil hinfŸhrt. Zum Ende hin wird das Tempo stets ruhiger, und das Soloinstrument, zusammen mit vier tiefen Hšrnern, leitet den zweiten Satz ein, eine Art geheimnisvolles NachtstŸck in ABA-Form.

 

Das Werk geht mit einem brillanten Vivacissimo zu Ende, in dem der Solist seine virtuosen FŠhigkeiten zeigen kann. Ich habe viel Sorgfalt auf die Orchestrierung verwendet und diese so farbig wie mšglich gestaltet.Ô

 

Jan Dewilde (†bersetzung: Micha‘l Scheck)

 

FŸr das AuffŸhrungsmaterial wenden Sie sich bitte an die Bibliothek des âKoninklijk ConservatoriumÕ in Antwerpen. Diese Partitur wurde herausgegeben in Zusammenarbeit mit dem Studienzentrum fŸr FlŠmische Musik (www.svm.be).

 

 

Roland Coryn

(Kortrijk, 1938)

 

Concerto for cello and orchestra, op. 76

(2003-2006)

 

Roland Coryn started his music education at the Municipal Academy of Music, Drama and Dance in Harelbeke. He then moved on to the Royal Conservatory of Music in Ghent, where he earned First Prizes for solfge and fugue (Julien Mestdagh), piano (Alex de Vries), harmony (Georges Lonque), counterpoint (Rudolf Vansteenbrugge) and composition (Jean Decadt). At the conservatory, he was also awarded the Higher Diploma for viola (Alphonse Volleman) and chamber music (Arie van de Moortel). As a pianist, Roland Coryn was active in the Flemish Piano Quartet for many years; in the Belgian Chamber Orchestra he played the viola from 1964 to 1977. For this orchestra he composed Triptiek [Triptych], a dixtuor for flute, oboe and eight strings, which landed him the Jef Van Hoof Prize in 1974. Only a year before, Coryn had become a laureate of the Tenuto competition with Quattro movimenti for orchestra and he had written the set piece Fantasia for clarinet and piano, commissioned by the organisation of the Tenuto competition. In 1979, he was asked again to write set pieces for this competition, this time for the strings: Improvisations I, II and III for violin, viola and violoncello respectively, and Thoughts on a Theme for double bass solo. Other chamber music works by him are the Saxophone Quartet, the Clarinet Quartet, Sonatine for two clarinets, Sonata for two pianos, Sonata for viola (or cello) and piano, 13 Miniaturen for flute and string quartet and Octuor for four woodwinds and four strings. At the request of the Belgian Radio and TV (BRT, Channel 3, at that time the Flemish classical music station), Coryn wrote the Sonata for Orchestra. In addition to this, he wrote many other orchestral works such as Vioolconcerto, Due Pitture for orchestra (which also appeared in a version for symphonic wind orchestra), Concerto grosso for string orchestra, Concerto per Banda, Tre Pezzi for string orchestra, Concerto for symphonic wind orchestra and Five Concert Preludes for oboe solo and symphonic wind orchestra.


Coryn was affiliated with the Academies of Music in Harelbeke and Izegem as a teacher of piano, viola and ensemble. At the Royal Conservatory of Ghent, he taught composition to, among others, Lucien Posman, Octaaf Van Geert, Bernard Baert, Willy Soenen, Rudi Tas, Dirk Blockeel and Mieke Van Haute. In Ghent, he also led
The New Conservatory Ensemble. In 1977, Roland Coryn was appointed director of the Municipal Conservatory of Ostend. After two years he moved on from Ostend to become director of the Municipal Academy of Music in Harelbeke. He retired in 1996 wanting to dedicate himself completely to composing. Since 1993, he has been a member of the Royal Flemish Academy of Belgium for Science and the Arts, as well as a musical adviser and co-organiser of the Music Biennale and of the International Composition Contest of the city of Harelbeke. In addition to the prizes mentioned before, Roland Coryn was awarded the Koopal Prize in 1986 for his oeuvre in the field of chamber music and in 1999 he received the Visser-Neerlandia Prize for his entire oeuvre. In that same year, he was asked by Johan Duijck to write a work for mixed choir and renaissance instruments for the Madrigal Choir in Ghent: Deux mille regretz. Afterwards followed a series of a cappella choral works set to texts by Emily Dickinson, William Blake and Maria Vasalis. Furthermore, Roland Coryn wrote the oratorio Opus: Mens [Opus: Human Being] for soprano, baritone, mixed choir and instrumental ensemble, as well as the mass Winds of Dawn – Missa da Pacem for soprano, tenor, baritone, mixed choir, youth choir and orchestra.

 

The composer wrote the following about his work:

ÔDue to various circumstances it took me quite a long time (2003-2006) to compose this cello concerto. I wrote and dedicated this composition to my son Herwig, who performed the work as a soloist in the concert hall De Bijloke in Ghent on 18 November 2007, together with The National Orchestra of Belgium conducted by Dirk BrossŽ. This concert was organised by the Concert Association De Rode Pomp, which in the past twenty years played an important role in the propagation of Belgian and especially Flemish new music.

 

The concerto consists of the three traditional movements, fast-slow-fast. The first and the second movement are connected without any interruption. The first movement begins with a slow but animated orchestral opening which introduces a cadenza by the cello which then introduces the fast rhapsodic first movement. The end of this part gradually slows down in tempo and the solo part together with four low horns introduces the second part which is conceived as a mysterious night piece in ABA-form.

 

The composition ends with a brilliant ÔvivacissimoÕ in which the soloist can demonstrate his talent as a virtuoso. I paid particular attention to the orchestration which I designed to be as colourful as possible.Õ

 

Jan Dewilde (translation: Jasmien Dewilde)

 

For orchestral material, please go to the Royal Conservatoire Antwerp. This score was published in cooperation with the Centre for the Study of Flemish Music (www.svm.be).